Elektronica voor regeling van alle Viessmann -gaslampen in alle schalen.
Na het inschakelen flakkert het licht zoals in werkelijkheid en neemt de helderheid langzaam toe. Na ongeveer 5 seconden bereiken en de lampen de volledige lichtsterkte. Tijdens de werking flakkert het licht af en toe als simulatie van variaties in de gasdruk. Na uitschakeling blijven de lampen met verminderde helderheid nagloeien en doven na ca.1,5 seconde uit.
De module heeft 5 afzonderlijke uitgangen met verschillende ontstekingspatronen.
Op elke uitgang kunnen maximaal 3 gaslampen worden aangesloten. Het is aan te raden per uitgang slechts één lamp aan te sluiten, omdat in werkelijkheid geen twee lampen precies op dezelfde manier branden.
Een afzonderlijke, tijdelijke actieschakelaar zoals drukknoppaneel 5547 vergemakkelijkt het aan- en uitschakelen.